zonder geheimen is dit water geen plant die hier de oppervlakte breekt een uitgestrektheid waarin later mijn spiegelbeeld nog verder leeft
ik en mijn vreemd schaduwwezen verloren in het ondergaan van eigen weelde eigen waan- wij hebben plotseling elkander verrukt en verbijsterd lévend bevonden
en met grote schone gedachten aan zijn wij moegestaard en dadendronken een deel van dit eenzame water geworden
Jammer dat wij malkander rateerden toen gij mij laatst op een zaterdagoggend in Nolens' geboortestad kwaamt te visiteren. Ik had gaarne met jullie wat bijgekeuveld, maar was die dag veroordeeld tot het OCMW: memmen met marginalen en omgekeerd. Heel wat water zeewaarts, iconen hel- of hemelwaarts sinds mijn laatste state of being. Laten wij gelijk oversteken met excuses. Het spijt me, ik heb je erg verwaarloosd.
Bouwheer en aannemer tegelijk zijnde blokkeer ik hier al maanden mijn eigen werf met eeuwig woordengewik tot ik zelf een ons weeg. Gehemmt om spontaan te schrijven. En wanneer m'n harses me bij nachte, in het uur van de wolf, al eens een troffel prozawaardige specie aandragen, blijkt mijn grijze homp na de ochtendtuk altijd weer aan amnesie ten prooi. Gelukkig beschik ik sinds kort over zo'n handige netbook (een mooie witte van het merk Asus) die potlood en notitieschrift van de nachttafel heeft verdreven en waarmee ik thans ook voorgaande regels behoed, wijl buiten mussen en merels het gloren van alweer een nieuwe overdadige zomerdag bejubelen. Als straks de hel losbarst zullen ze wel anders piepen. Wat verlang ik naar de geur van regen na de zwoelte...
Sinds zes februari staat deze brief in de stijgers. Nog maar eens heb ik mij in al mijn amechtige gekunsteldheid compleet vast gecomponeerd. Nu wordt het tijd dat ik dit misbaksel van mij af schrijf.
06.02.2009
Na een januarimaand van weinig veel en niets bizonders en aldus nauwelijks of wat tenzij altijd maar weer dezelfde zwarte ingrediënten voor welk epistulaat dan ook, stuitte mij vorig weekend een griepje tegen de borst van het soort welk ik mij slechts uit mijn vroege kindertijd kan reminiseren, of althans met evenzulke symptomen en romantische bijverschijnselen dewelke ik sedertdien te nimmer nog zo fel had gewaargeworden: hoestbuien allerhande, met bloed doortrokken snotterij en een brak lijf dat zich als een koortsige magneet aan bed en canapé vastzuigt en waarover gebogen den doktoor tot het benauwende besluit doodshoofdmedicijnkuur kwam. Sedert maandag bestaan mijn dagen bijgevolg uit slapen, pillen eten, pillen schijten, visie turen, uilen knappen en het mij zielig laten welgevallen van verwennerij in de vorm van geperste vitaminen, dekentje toestoppen en de aanblik van waarachtige bekommerte. Morgen zaterdag toog ik terug aan de arbeid, nu reeds huiverig voor de stapel foons die zich tijdens mijn afwezigheid ongetwijfeld heeft opgehoopt.
De bazenwissel bracht een nieuw elan en verse collega's. Mevrouw de baas is een charmante dame met veel parmantie. Meneer de baas is een toegankelijke Grieksgeboren Brusselaar met een gezond zakeninstinct. Ik werk haast dagelijks op relakse wijs met hem samen en en français raisonneren wij over de mensheid, de wereldpolitiek en de Litouwse economie.
06.07.2009
In mei kroop ik uit mijn cocon van mist en verdriet, na maanden van lethargische rupsendagen waarin ik nog maar eens door Pafke's complete oeuvre ging en voorts verbluft werd door Thomas Bernhard, Carl Ridders, Thierry De Cordier, Jan de Roek, Bach, Bruno Schulz en Samuel Beckett.
Paul Rigolle, die mij begin dit jaar aanzocht voor de publicatie in Dighter van enkele van mijn teksten, liet mij kortelings twee exemplaren van het eerste nummer jaargang 2009 geworden. Balsem voor het ego maar ook veel gène.
Sinds maart ben ik officieel lid van de inmiddels negentigjarige Koninklijke Toneelvereniging Kunst Adelt Geistingen. Op 6 en 7 juni liet ik mijn licht schijnen over Het aanzoek van Tsjechov.
De voorbij weken verwijlde ik voorts wel eens in Herentals, Rijswijk, Ittre, Elewijt, Steendorp en tussen de troostende dijen van bloeiende meisjes in mijn dromen.
De medicijnen zijn al enige tijd tot een minimum beperkt. Slechts nu en dan nog dek ik mijn emoties toe door middel van pilgebruik. Tengevolge deze chemische verbindingen koester ik geen ontevredenheid met het bestaan 'an sich', ben ik kalm en mild en zonder angsten en is het glas weder wat vaker halfvol dan leeg, bij voorkeur met gueuze, whisky, koffie, ouzo, limoncello, sinaasappelsap en rode tafelwijn.
Verder weet ik niets meer, dus laat ik het hier maar bij. Wederom sorry voor mijn niet aflatende gezeik. Soms wou ik dat ik net iets vaker simpelweg gelukkig was, maar liever dan in hiep hiep hoera wentel ik mij in stille somberte als in het rozengeurende ledikant van al even rozengeurende engelen.
Dag Nele. Ik mis jou. Ik ben van plan jullie eens in 3600 te komen bezoeken. Echter, het dorp staat om mij heen en houdt mij vast, ik kan niet... durf niet weg, hoezeer ook ik er naar verlang mij metterwoon te vestigen ergens in een woonst van mijn eigen: iets comfortabel kasteelachtigs, omgeven door weelderige tuinen vol bomen vol vogels waar ik dan nog hooguit vijftig jaar sober en in contemplatie leef om dan zachtjes te sterven aan de dood of iets dergelijks.
Als steeds alle goeds. Hartelijks voor jou en Thomas. Ik kijk uit naar de trouwerij. Is daar al een datum?
PS: Ook gij, beste paardenkop, weze gegroet en bedankt. Ik weet nog niet wat ik aan moet met deze winkel, jaloersch als ik ben op Pascal Digital, Martin Pulaski e.a. die ook in het kruimelige kattenbellentijdperk van twitter en smoelboek hun kraam knap recht houden.